
Waarom meer voedingsstoffen planten niet altijd beter laten groeien
Meer bemesten betekent niet automatisch dat planten beter groeien
Wanneer planten minder goed groeien, denken veel mensen al snel dat de bodem meer voeding nodig heeft. Dat lijkt logisch: hoe meer meststoffen je toevoegt, hoe meer voeding er beschikbaar is voor planten. Toch werkt het in de praktijk vaak anders. Meer bemesten betekent niet automatisch dat planten beter groeien. In sommige gevallen kan het zelfs averechts werken.
Voedingsstoffen opnemen
Planten nemen voedingsstoffen op via hun wortels. Deze opname heeft een natuurlijke grens. Een plant kan alleen zoveel nutriënten opnemen als ze nodig heeft voor groei. Wanneer er meer voedingsstoffen in de bodem aanwezig zijn dan de plant kan opnemen, blijft het overschot in de bodem achter. Dat overschot kan vervolgens verschillende kanten op gaan.
Uitspoeling
Voedingsstoffen zoals stikstof (in de vorm van nitraat) en soms ook fosfaat lossen op in water. Wanneer het regent, kunnen deze stoffen met het water mee bewegen in de bodem. Dit proces heet uitspoeling. Daarbij verdwijnen voedingsstoffen naar diepere bodemlagen, het grondwater, sloten en andere wateren. Voor planten betekent dit dat een deel van de toegevoegde mest uiteindelijk niet beschikbaar blijft.Hoe snel voedingsstoffen uitspoelen, hangt sterk af van de kwaliteit van de bodem. Een bodem met voldoende organische stof kan nutriënten beter vasthouden. Organische stof werkt namelijk als een soort opslagplaats (een natuurlijke spons) waar voedingsstoffen tijdelijk aan kunnen binden. Daarnaast speelt de bodemstructuur een belangrijke rol. In een bodem met een goede structuur kan water infiltreren en gelijkmatig door de bodem bewegen. In een verdichte bodem stroomt water juist sneller af via scheuren of drainage, waarbij het belangrijke voedingsstoffen meeneemt.
De rol van het bodemleven
Voedingsstoffen in de bodem zijn niet altijd direct beschikbaar voor planten. Veel nutriënten zitten vast in organisch materiaal of in minerale verbindingen. Bodemorganismen, zoals bacteriën en schimmels, spelen een belangrijke rol bij het vrijmaken van deze voedingsstoffen. Zij breken organisch materiaal af en zetten voedingsstoffen om in vormen die planten kunnen opnemen. Een levende bodem kan daarom vaak efficiënter omgaan met de voedingsstoffen die al aanwezig zijn.
Wil je meer lezen? Ga dan naar onze Academy.









