Mixwijzer
Gebruik onze Mixwijzer voor de juiste mengverhouding voor het gewas waarop je onze biostimulant wilt toepassen.

Bol- en knolgewassen
Toepassing
Door middel van een spray applicatie
Voedingsperiode
3 keer: - Eerste toepassing in het 2 tot 4 bladstadium, kort na opkomst - Tweede toepassing tijdens de knolzetting - Derde toepassing bij het begin van de knolvulling
Extra informatie
Toepassingkan verschillen per bedrijf. Wil je een advies passend bij jouw veld? Neem contact met ons op!
Mengverhouding
De mengverhouding is 1:50. Dit houdt in dat er 20 milliliter plantenvoeding aan een liter water wordt toegevoegd.
Oppervlakte
Bereken de totale hoeveelheid
Vul de maat in van jouw planten- of drukspuit en zie meteen hoeveel biostimulant je moet toevoegen.

Gras
Toepassing
Spray met een plantenspuit het gras nat tot het gelijkmatig bedekt is. Bij voorkeur in de avond of in de vroege morgen. Helpt bij het onderhouden van een gezonde tuin.
Voedingsperiode
Pas toe tussen maart en oktober. Doe dit een paar dagen na het maaien.
Extra informatie
Na applicatie moet het minstens 24 uur niet regenen anders spoelt de werkzame stof weg.
Mengverhouding
De mengverhouding is 1:200. Dit houdt in dat en 5 milliliter plantenvoeding aan een liter water wordt toegevoegd.
Oppervlakte
Bereken de totale hoeveelheid
Vul de maat in van jouw planten- of drukspuit en zie meteen hoeveel biostimulant je moet toevoegen.

Kamerplanten
Toepassing
Spray met een plantenspuit de bladeren nat tot de bladeren gelijkmatig bedekt zijn. Bij voorkeur in de avond of in de vroege morgen.
Voedingsperiode
Spray elke 2 weken in de zomer wanneer de plant actief aan het groeien is en elke 4 weken in de winter.
Extra informatie
Je kunt je planten gewoon water geven zoals je normaal doet.
Mengverhouding
De mengverhouding is 1:100. Dit houdt in dat er 10 milliliter biostimulant aan 1 liter water wordt toegevoegd.
Oppervlakte
Bereken de totale hoeveelheid
Vul de maat in van jouw planten- of drukspuit en zie meteen hoeveel biostimulant je moet toevoegen.
*Dit zijn algemene richtlijnen. Deze informatie kan variëren door lokaal klimaat, weersomstandigheden en bodemtypes.






